Op 27 mei hadden we de jaarlijkse donateursexcursie, deze keer in West- Zeeuws-Vlaanderen. Er was de gelegenheid in Borsele op te stappen en voor de donateurs uit Zeeuws-Vlaanderen was er een opstapplaats bij het Mauritsfort in Hoek. De bus was zo goed als vol. Met een half uurtje vertraging vanwege wat probleempjes in Borsele kwamen we bij het eerste bezoekadres aan de Sint Lievensdijk in Waterlandkerkje aan.
We werden heerlijk onthaald met poffertjes van een poffertjeskraam en warme en koude drankjes. Na een korte uitleg door de eigenaar was iedereen vrij om de schuur en het erf te bekijken of aan te schuiven bij de rij voor de poffertjeskraam.
De gebouwen van de hoeve aan de Sint Lievensdijk zijn oorspronkelijk uit de 18e en 19e eeuw. De restauratie wordt voortvarend aangepakt door de huidige eigenaar. Deze zet zich volop in om de gebouwen en het erf te behouden voor komende generaties, ook al is er op dit moment geen herbestemming voor de grote schuur in beeld.
Schitterend gerestaureerd is al het grote woonhuis en de keet voor het arbeiders annex bakkeet.
In de grote schuur die diende voor opslag van de landbouwgewassen is nog een originele piezel waar de zakken met graan werden opgeslagen. Aan de andere kant van de schuur bevindt zich de kluis (= ruimte waar de knechten sliepen). Aan de kopse voorkant bevond zich het wagenhuis. Dit wagenhuis is door de vorige eigenaar dichtgemetseld zodat het geschikt werd als showroom voor landbouwapparatuur. Ook aan de entree is veel gerestaureerd: flinke gemetselde dampalen en een bijpassend hekwerk omlijsten de dreef die naar het woonhuis en de schuur leidt.
Op nog geen 5 minuten rijden lag het tweede bezoekadres, de Josinahoeve van de familie Buijze aan de Jeronimusweg 1, Waterlandkerkje.
De reden dat de Josinahoeve in de route was opgenomen, is dat het een van de weinige boerderijen in Nederland was waar op het bedrijf zelf een rosmolen stond, en bovendien vanwege de bijzondere bouw van het wagenhuis.
De Josinahoeve was oorspronkelijk een groot agrarisch bedrijf. Het complex bestaat nu nog uit o.a. het woonhuis, het bijzondere wagenhuis, twee grote schuren, een varkenshok en een gebouw wat nu ingericht is als werkplaats met inpandige kippenrennen. Het wagenhuis was tevens in gebruik als piezel en als slaapruimte voor de boerenknechten. Er zijn dan ook twee verdiepingen in het gebouw. In het wagenhuis is de takel nog aanwezig die diende om de zakken graan naar boven te takelen.
In de grote schuur ligt in een hoekje de rosmolen te wachten tot hij ergens weer op het erf in volle glorie tentoongesteld kan worden. Bij een rosmolen werden d.m.v. paardenkracht (ros= paard) de molenstenen over elkaar gedraaid en daarmee werd gemalen (graan tot meel of zaden tot olie). De aandrijving gebeurde via een balk die aan de top van een dak bevestigd was en waaraan verticaal naar beneden een 'boom' bevestigd was met het tandwielmechanisme. De eigenaar vertelde zeer gepassioneerd over de geschiedenis van de rosmolen.
Verder waren nog een keur van akkerbouwwerktuigen aanwezig, zoals een wanmolen, een sorteerder, verschillende zaaimachines en eggen. Goed te zien was ook hoe de schuur ook als koelhuis is gebruikt.
Het woonhuis is inmiddels opgeknapt en de eigenaar wil graag verder de andere gebouwen aanpakken. Voor het wagenhuis staat een volledige restauratie op de planning.
Duidelijk is dat de eigenaren nog een flinke klus in het vooruitzicht hebben, maar wat zou het mooi zijn als het bijzondere wagenhuis en de rosmolen behouden kunnen blijven voor toekomstige generaties!
Velen hadden zeker nog wat langer rond willen kijken maar gezien de tijd moest de bus weer verder.
De rit ging verder via Oostburg, Zuidzande en Cadzand naar Retranchement. Op het eerste stuk van de route van Mauritsfort naar Waterlandkerkje hadden Martin en Clara Dekker verteld wat onderweg te zien was en in dit stuk vertelde Han Almekinders over de streek: Over de Staats-Spaanse linies, de pogingen van België om Zeeuws-Vlaanderen in te lijven, de dodendraad uit de WO-I, de akkerbouw in West-Zeeuws-Vlaanderen, het gebrek aan opvolgers in de agrarische sector en het toerisme. Veel van de agrarische bedrijven worden ook in deze streek nu omgevormd tot recreatieboerderijen, vergader -of feestlocaties, voor de vakantieverhuur voor grote groepen of particulieren maken er een mooie woonboerderij van.
Het derde bezoekadres, de Breydelhoeve in Retranchement was jaren geleden ook al eens bezocht bij een donateursexcursie. Wat bijzonder te kunnen zien wat er in de tussentijd weer allemaal gerealiseerd is. Op het terrein bevindt zich momenteel een B & B met 6 appartementen en 2 groepsaccommodaties.
Onder het genot van een hapje en een drankje verzorgden vader en zoon Vercouteren voor ons een presentatie in de Vlaamse schuur. De geschiedenis van de boerderij en het hele restauratieproces werd vertoond en van uitleg voorzien. Vermeld werd dat de hoeve al in 1571 werd genoemd. In 1825 heeft de familie Breydel de huidige gebouwen gesticht. De gebouwen waren gebouwd in opdracht van de Brugse grootgrondbezitter Charles Breydel.
Een Vlaamse schuur kenmerkt zich door een zijdelingse doorrit of dorsdeel met hoge inrijdeuren en een lagere uitrit. Het woonhuis staat los van de schuur. Bijzonder voor de Breydelhoeve zijn de zeer robuuste bouw met volledig steense, dikke muren en een fors formaat. Duidelijk is wel dat de opdrachtgever genoeg financiën had om er iets heel moois van te maken.
In opzet is de Breydelhoeve een woning met 2 schuren. Er worden vooral granen, bieten en aardappels geteeld; er is geen sprake van veeteelt. Oorspronkelijk werd de grote schuur gebruikt voor opslag van landbouwproducten en materieel. Omdat het materieel niet meer paste en omdat de onderhoudstoestand slechter werd is in de loop van de afgelopen decennia de grote monumentale schuur steeds verder buiten gebruik geraakt. De gerestaureerde schuur dateert uit 1872. Karakteristiek zijn de nog aanwezige ventilatie spleten in de buitenmuren. In een deel van de schuur is de woning van de eigenaren gerealiseerd. Het andere, open deel wordt incidenteel voor de ontvangst van groepen, veelal in familiesfeer, gebruikt.
Na overleg met de nabestaanden kreeg de familie Vercouteren toestemming om de naam Breydel te mogen blijven gebruiken. De BSZ is destijds ook betrokken geweest met restauratie- en herbestemmingsadvies.
Bij vertrek kreeg iedereen nog het boekje uitgereikt wat in opdracht van de Dorpsraad van Retranchement is gemaakt. De reden waarom de inwoners van Retranchement Mensenbranders worden genoemd wordt er in een mooi verhaal uitgelegd. Voor wie het niet weet: dit heeft met een uitbraak van de pest te maken.
Na de Breydelhoeve ging de excursie verder naar het laatste bezoekadres aan de Olieslagersweg. Han Almekinders en zijn vrouw runnen hier met veel liefde voor het erf en de gebouwen hun akkerbouwbedrijf. De boerderij dateert uit 1820 en is toen gebouwd door Belgische grondeigenaren. In 1860 is hier de familie Almekinders gekomen en Han is nu de 6e generatie boer. Het erf bestaat uit een woning en 2 schuren. De woning is al diverse keren gemoderniseerd, met nog enkele oude elementen, zoals een nisje, de oude graanzolder-vloer, en een klein deel van de kelder. De oude vee-drinkput is nog steeds aanwezig op het erf. Naast deze put stond een Vlaamse keet. Hierin huisden Vlaamse seizoensarbeiders. In de tweede wereldoorlog waren hier een aantal Duitse soldaten gehuisvest. De keet is nu niet meer aanwezig. De achterste schuur dateert van de eerste helft van de 19e eeuw en was voorzien van een rieten dak. Aan het kopeinde is het wagenhuis, en in deze schuur bevinden zich nog een tweetal originele veestallen. De schuur gebouwd in 1820 is in 1883 afgebrand. Hiervoor in de plaats kwam een nieuwe schuur met aan het kopeinde de paardenstal. Boven de paardenstal bevond zich de kafzolder. Hier werd de haver geplet en werd verzameld in de haverbak op de begane grond. Net naast de schuur is nog de (gerestaureerde) bestrating zichtbaar van de rosmolen. Tussen deze 2 schuren bevond zich de ‘bocht’ (ofwel mestvaalt) met daarnaast een varkensstal, deze deed later dienst als garage, en is in 1974 in z’n geheel afgebroken. Er bevindt zich nog steeds een oude gemetselde mestkelder onder de grond.
Voor een laatste keer die dag konden we onder het genot van een appel, een lekker spiesje en een verfrissing nog even bij- en napraten en zat de excursie van dit jaar er weer bijna op.
Op de terugweg naar het Mauritsfort vertelde Clara o.a. nog de geschiedenis over de klok van Hoek, waar de uitdrukking ‘Den Oek is van de karre gevallen’ vandaan komt. Tijdens de Franse overheersing werd door de bezetters de kerkklok van Hoek neergehaald en meegenomen om vlak buiten het dorp van de kar te vallen. De zware klok moest worden achtergelaten. Inwoners van Hoek danken hieraan tot vandaag de dag de zin "Hoek is van de karre gevallen”. De klok is via omzwervingen in de NGK [kerk] van Axel terecht gekomen waar hij nog dient als luidklok.
Wij kunnen weer terugzien op een zeer geslaagde donateursexcursie!